Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
de Minister van Asiel en Migratie, (gemachtigde: R. Hopman).
Procesverloop
Overwegingen
Bewaringsgronden
Ambtshalve toetsing
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
De minister van Asiel en Migratie legde op 14 november 2024 aan eiser, een Estische vreemdeling, de maatregel van bewaring op op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Eiser stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht tevens om schadevergoeding. De rechtbank behandelde het beroep op 25 november 2024.
Eiser voerde aan dat het document M122 ontbrak in zijn dossier en dat hij niet schriftelijk in begrijpelijke taal was geïnformeerd over de gronden van de bewaring, hetgeen een gebrek in het voortraject zou vormen. De rechtbank oordeelde dat het ontbreken van het document M122 niet leidde tot een gebrek en dat het niet schriftelijk informeren weliswaar een formeel gebrek was, maar dat dit niet onrechtmatig was gezien het feit dat eiser mondeling, met tolk, werd geïnformeerd en gebruik maakte van rechtsbijstand.
Verder stelde eiser dat de minister onvoldoende voortvarend was met het regelen van zijn uitzetting, omdat zijn paspoort pas na vijf dagen werd opgehaald en zijn vlucht pas na twee weken in bewaring gepland stond. De rechtbank vond dat de minister voldoende voortvarend had gehandeld, gezien de aanvraag van de vlucht op 19 november en het vertrekgesprek op 20 november.
De rechtbank concludeerde dat de gronden voor de bewaring niet waren betwist en feitelijk juist en voldoende gemotiveerd waren. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.