ECLI:NL:RBDHA:2024:19950
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen besluit minister over Dublinverantwoordelijkheid Spanje
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, maar de minister heeft deze niet in behandeling genomen omdat Spanje volgens het Dublinverdrag verantwoordelijk is voor de behandeling.
Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en vroeg tevens om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter behandelde het verzoek en het beroep op 15 november 2024.
De rechtbank oordeelde dat de minister terecht uitging van de juistheid van het EU-VIS systeem en dat niet aannemelijk was gemaakt dat het door Spanje verstrekte Schengenvisum namens Nederland was afgegeven. De intentie van verzoeker bij de visumaanvraag was niet doorslaggevend voor de vaststelling van de verantwoordelijke lidstaat.
Het beroep op artikel 16 en Pro 17 van het Dublinverdrag slaagde niet. De rechtbank handhaafde het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Spanje. Daarom wees de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af en zag geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter P.H. Broier en griffier D. Janssens op 26 november 2024. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het besluit van de minister is afgewezen.