ECLI:NL:RBDHA:2024:19981
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen niet-in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Verzoeker heeft een asielaanvraag ingediend die de minister van Asiel en Migratie niet in behandeling heeft genomen op grond van de Dublinverordening, omdat Kroatië verantwoordelijk wordt geacht voor de behandeling van de aanvraag.
Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht tevens om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter behandelde het verzoek samen met een soortgelijke zaak op 19 november 2024, waarbij verzoeker niet aanwezig was. De minister werd vertegenwoordigd door zijn gemachtigde.
De voorzieningenrechter oordeelde dat gezien de uitspraak in de hoofdzaak (zaaknummer NL24.42575) een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk was en wees het verzoek af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is op 26 november 2024 in het openbaar gedaan en staat niet open voor hoger beroep of verzet.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het niet-in behandeling nemen van de asielaanvraag is afgewezen.