ECLI:NL:RBDHA:2024:1999

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
31 januari 2024
Publicatiedatum
19 februari 2024
Zaaknummer
22/1802
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:7 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang bij voorlopige jaarafrekening Zvw 2020

Eiser heeft beroep ingesteld tegen de voorlopige jaarafrekening over het zorgjaar 2020 waarin de bijdrage Zorgverzekeringswet (Zvw) is vastgesteld. Na bezwaar en bestreden besluit bleef verweerder bij zijn standpunt.

Tijdens de zitting op 24 januari 2024 heeft de rechtbank ambtshalve onderzocht of eiser nog procesbelang heeft. Dit bleek niet het geval, omdat op 11 oktober 2022 een definitieve jaarafrekening over 2020 is vastgesteld, waartegen eiser bezwaar heeft gemaakt maar niet in beroep is gegaan binnen de wettelijke termijn. Hierdoor is de definitieve jaarafrekening in rechte vast komen te staan en heeft deze de voorlopige jaarafrekening vervangen.

Omdat eiser met het beroep tegen de voorlopige jaarafrekening geen feitelijke betekenis meer kan bereiken, ontbreekt het aan procesbelang. De rechtbank beoordeelt het beroep daarom niet inhoudelijk en verklaart het niet-ontvankelijk. Eiser krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.

Uitkomst: Het beroep tegen de voorlopige jaarafrekening Zvw 2020 is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: SGR 22/1802

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 31 januari 2024 in de zaak tussen

[eiser] , uit [woonplaats] ( [land] ), eiser

en

het Centraal Administratie Kantoor (CAK), verweerder

(gemachtigde: mr. [naam] ).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de voorlopige jaarafrekening over zorgjaar 2020 waarin de bijdrage Zorgverzekeringswet (Zvw) van eiser is vastgesteld.
1.1.
Op 3 november 2021 heeft eiser bezwaar gemaakt tegen het primaire besluit van 29 september 2021 van verweerder.
1.2.
Met het bestreden besluit van 4 februari 2022 op het bezwaar van eiser is verweerder bij dat besluit gebleven.
1.3.
Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
1.4.
De rechtbank heeft het beroep op 24 januari 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser en de gemachtigde van verweerder.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank ziet zich ambtshalve gesteld voor de vraag of eiser nog procesbelang heeft en of hij ontvankelijk is in zijn beroep.
3. Volgens vaste rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) is sprake van voldoende procesbelang als het resultaat dat de indiener van het beroepschrift met het indienen van het beroep nastreeft daadwerkelijk kan worden bereikt en het realiseren van dat resultaat voor deze indiener feitelijk betekenis kan hebben. Het hebben van een louter formeel of principieel belang is onvoldoende voor het aannemen van voldoende procesbelang.
4. Ter zitting is gebleken dat er op 11 oktober 2022 een definitieve jaarafrekening is vastgesteld door verweerder over zorgjaar 2020. Eiser heeft daar bezwaar tegen gemaakt. Verweerder heeft het bezwaar ongegrond verklaard. Eiser is hiertegen niet in beroep gegaan. Op grond van artikel 6:7 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) geldt er voor het indienen van een bezwaar- of beroepschrift een termijn van zes weken. De termijn voor het instellen van beroep tegen de ongegrondverklaring van verweerder is inmiddels ruimschoots verstreken. Gesteld noch gebleken is dat er sprake is van een verschoonbare termijnoverschrijding.
5. Uit het voorgaande volgt dat de definitieve jaarafrekening over 2020 in rechte vast staat. Nu deze in de plaats is getreden van de voorlopige jaarafrekening over 2020, kan eiser met zijn beroepsprocedure dan ook niet meer bereiken wat hem voor ogen staat en is er geen feitelijke betekenis bij de procedure. Dat betekent dat eiser geen procesbelang meer heeft bij de beoordeling van de voorlopige jaarafrekening van zorgjaar 2020. Daarom beoordeelt de rechtbank dit beroep niet inhoudelijk.
6. Het beroep is niet ontvankelijk vanwege het ontbreken van procesbelang.
7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Conclusie en gevolgen

8. Het beroep is niet-ontvankelijk. De rechtbank beoordeelt dus de zaak niet inhoudelijk. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van eventuele proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. D.A.J. Overdijk, rechter, in aanwezigheid van
mr.E.P.A. Stok, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 31 januari 2024.
Griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.