ECLI:NL:RBDHA:2024:2000
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- A.S. Gaastra
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening visum kort verblijf: minister moet binnen vier weken beslissen op bezwaar
Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen de afwijzing van haar aanvraag voor een visum voor kort verblijf in Nederland. Zij verzocht de voorzieningenrechter om haar te behandelen alsof zij in het bezit was van een visum of om de minister te verplichten binnen twee weken op het bezwaar te beslissen, zodat zij haar moeder kan begeleiden tijdens een familiebezoek.
De voorzieningenrechter oordeelt dat toewijzing van het verzoek om als visumhouder te worden behandeld niet mogelijk is vanwege het ontbreken van zeer bijzondere omstandigheden. Wel is sprake van een spoedeisend belang bij een versnelde beslissing op het bezwaar, omdat het visum van haar moeder binnenkort verloopt en de minister de beslistermijn heeft verlengd.
De voorzieningenrechter stelt vast dat de familierechtelijke band tussen verzoekster en haar moeder niet volledig is aangetoond, maar dat er wel een begin van bewijs is geleverd. Ook is er een medische verklaring die de zorgafhankelijkheid van de moeder van verzoekster ondersteunt. De minister wordt daarom opgedragen binnen vier weken te beslissen op het bezwaar.
Daarnaast veroordeelt de voorzieningenrechter de minister tot vergoeding van de proceskosten van verzoekster (€1.750) en het betaalde griffierecht (€187). De uitspraak is gedaan door mr. A.S. Gaastra en is niet vatbaar voor hoger beroep of verzet.
Uitkomst: De minister wordt opgedragen binnen vier weken te beslissen op het bezwaar en veroordeeld in proceskosten en griffierecht.