ECLI:NL:RBDHA:2024:20004
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op uitstel van vertrek wegens onvoldoende bewijs identiteit en nationaliteit
Eiser, sinds 1983 onafgebroken in Nederland zonder verblijfsrecht, is ongewenst verklaard en kreeg een zwaar inreisverbod opgelegd. Hij verbleef langdurig in psychiatrische zorg en vroeg herhaaldelijk uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vreemdelingenwet Pro 2000. De minister wees zijn laatste aanvraag af omdat eiser geen geldige documenten kon overleggen om zijn identiteit en nationaliteit aan te tonen.
De rechtbank oordeelt dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij afkomstig is uit Trinidad en Tobago en dat hij geen toegang heeft tot noodzakelijke medische zorg aldaar. Het beleid van de minister stelt dat zonder bewijs van identiteit en nationaliteit geen onderzoek naar medische zorgmogelijkheden in het land van herkomst wordt gedaan.
Eisers beroep op bijzondere omstandigheden en het evenredigheidsbeginsel wordt verworpen, omdat de minister zijn medische voorgeschiedenis voldoende heeft betrokken en eiser niet meewerkt aan het vaststellen van zijn identiteit. Ook is het bestreden besluit niet in strijd met de hoorplicht genomen. Het beroep wordt ongegrond verklaard en eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het verzoek om uitstel van vertrek wordt ongegrond verklaard.