Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[verzoekster] , verzoekster
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Verzoekster stelde beroep in tegen het niet-tijdig beslissen op haar aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf. Verweerder heeft de aanvraag uiteindelijk ingewilligd, waarna verzoekster het beroep introk en proceskostenvergoeding vorderde.
De rechtbank overweegt dat een proceskostenvergoeding mogelijk is indien het bestuursorgaan geheel tegemoet is gekomen aan het beroep, maar alleen wanneer het beroep ontvankelijk is. Verweerder stelde dat verzoekster nagelaten heeft een rechtsgeldige ingebrekestelling te sturen, een vereiste volgens artikel 6:12 Awb Pro.
Verzoekster bracht wel een ingebrekestelling in, maar kon niet aantonen dat deze daadwerkelijk was verzonden, noch was een ontvangstbevestiging aanwezig. Hierdoor kon niet worden vastgesteld dat de ingebrekestelling rechtsgeldig was, waardoor het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is. Daarom is er geen grond voor proceskostenvergoeding en wijst de rechtbank het verzoek af.
Uitkomst: Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen wegens het ontbreken van een rechtsgeldige ingebrekestelling en kennelijke niet-ontvankelijkheid van het beroep.