ECLI:NL:RBDHA:2024:20011

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
26 november 2024
Publicatiedatum
3 december 2024
Zaaknummer
NL23.33489
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 6:20 AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep tegen niet-tijdig beslissen mvv-aanvraag en proceskostenvergoeding

Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) van juni 2022. Nadat de minister alsnog een besluit nam en de mvv verleende, trok verzoeker het beroep in maar vroeg vergoeding van proceskosten.

De rechtbank oordeelt dat het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk is geworden omdat het besluit alsnog is genomen, waardoor het procesbelang vervalt. Wel acht de rechtbank vergoeding van proceskosten op zijn plaats vanwege het terechte beroep tegen de vertraging.

De proceskosten worden vastgesteld op € 437,50 conform het Besluit proceskosten bestuursrecht, met een lichte wegingsfactor. Daarnaast moet de minister het betaalde griffierecht van € 187 vergoeden. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 26 november 2024.

Uitkomst: Beroep niet-ontvankelijk verklaard en minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.33489

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , eiser

V-nummer: [V-nummer] ,
(gemachtigde: mr. M.S. Yap),
en
de Minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Verzoeker heeft op 20 oktober 2023 beroep ingesteld tegen het niet-tijdig beslissen op zijn aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) van 21 juni 2022.
Bij besluit van 15 november 2023 heeft verweerder de Nederlandse ambassade in Rabat gemachtigd om aan verzoeker een mvv te verlenen.
Verzoeker heeft het beroep ingetrokken en daarbij verzocht om verweerder te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten.
De rechtbank doet uitspraak buiten zitting op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

Overwegingen

1. Voor zover het beroep is gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit op de aanvraag van verzoeker om verlening van een mvv, dient te worden vastgesteld dat met de inwilliging van deze aanvraag om een mvv aan het beroep is tegemoetgekomen zodat verzoeker gelet op artikel 6:20, derde lid, van de Awb in zoverre geen procesbelang meer heeft. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk.
2. Omdat verzoeker vanwege het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag terecht beroep heeft ingesteld, ziet de rechtbank aanleiding om verweerder te veroordelen in de door verzoeker gemaakte proceskosten. Deze kosten worden op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vastgesteld op € 437,50 bestaande uit een punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 875 en vermenigvuldigd met wegingsfactor 0,5 (licht). De rechtbank is van oordeel dat de wegingsfactor ‘licht’ van toepassing is omdat het beroep alleen ziet op het niet tijdig nemen van een besluit. Daarnaast moet verweerder het door verzoeker betaalde griffierecht aan hem vergoeden.

Beslissing

De rechtbank:
 verklaart het beroep niet-ontvankelijk;
 veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 437,50 (vierhonderdzevenendertig euro en vijftig cent).
 draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 187 (honderdzevenentachtig euro) aan verzoeker te vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan op 26 november 2024 door mr. M.J. Schouw, rechter, in aanwezigheid van mr. Ż.A. Meinert, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.