Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser
de Minister van Asiel en Migratie, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Nigeriaanse vreemdeling, werd op 15 november 2024 een maatregel van bewaring opgelegd wegens een concreet risico op onderduiken en overtredingen van de Vreemdelingenwet. Hij stelde dat hij een vaste verblijfplaats had bij familie en een vriendin en dat hij van plan was een verblijfsvergunning aan te vragen.
De rechtbank stelde vast dat eiser niet was ingeschreven in de Basisregistratie Personen, waardoor hij geen vaste woon- of verblijfplaats heeft. De enkele stelling dat hij bij familie verbleef, was onvoldoende onderbouwd. De rechtbank achtte de zware gronden, zoals het gebruik van valse documenten en het niet naleven van terugkeerverplichtingen, feitelijk juist.
Verweerder had voldoende gemotiveerd dat een lichter middel niet doeltreffend was, mede omdat er geen lopende aanvraag voor een verblijfsvergunning was en de relatie met de vriendin niet was aangetoond. De ambtshalve toetsing leidde niet tot onrechtmatigheid van de maatregel.
Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.