Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser
de Minister van Asiel en Migratie, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
De rechtbank Den Haag behandelde het beroep van eiser tegen het besluit van 14 november 2024 waarbij een maatregel van bewaring werd opgelegd op grond van artikel 59a, eerste lid, van de Vreemdelingenwet. Eiser, van Ghanese nationaliteit, voerde aan mee te zullen werken aan terugkeer naar Ghana of een andere lidstaat.
Verweerder stelde dat er een concreet aanknopingspunt was voor overdracht volgens de Dublinverordening en dat er een significant risico bestond dat eiser zich aan toezicht zou onttrekken. De rechtbank oordeelde dat de zware gronden, waaronder het niet op voorgeschreven wijze binnenkomen en het onttrekken aan toezicht, feitelijk juist en voldoende onderbouwd waren. De lichte gronden zoals het ontbreken van vaste woon- of verblijfplaats en onvoldoende middelen van bestaan werden eveneens als voldoende beschouwd.
De rechtbank concludeerde dat de maatregel van bewaring rechtmatig was en wees het beroep ongegrond. Tevens werd het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.