De officier van justitie verzocht op 19 november 2024 om voortzetting van een crisismaatregel opgelegd op 18 november 2024 aan betrokkene. Deze maatregel is gebaseerd op artikel 7:7 vanPro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz).
Tijdens de zitting op 22 november 2024 werd betrokkene, bijgestaan door haar advocaat, gehoord evenals de psychiater en de partner van betrokkene. Uit de medische verklaringen en het verhoor bleek dat betrokkene tijdens de opname tot rust is gekomen, trouw is aan haar medicatie en geen sprake meer is van een crisis of onmiddellijk dreigend ernstig nadeel.
De psychiater bevestigde dat betrokkene snel herstelde en geen bezwaren ziet tegen terugkeer naar huis. Betrokkene verzet zich niet tegen de zorg. De rechtbank concludeerde dat niet meer wordt voldaan aan de criteria voor voortzetting van de crisismaatregel en wees het verzoek af.
De beschikking is uitgesproken op 22 november 2024 en schriftelijk vastgesteld op 29 november 2024. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: Verzoek tot voortzetting van de crisismaatregel wordt afgewezen wegens herstel van betrokkene.
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Team Jeugd- en Zorgrecht
Zaak-/rekestnr.: C/09/675935 / FA RK 24-8307
Datum beschikking: 22 november 2024
Afwijzing machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel
Beschikkingnaar aanleiding van het op 19 november 2024 door de officier van justitie ingediende verzoek tot voortzetting van een crisismaatregel, als bedoeld in artikel 7:7 vanPro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
[betrokkene] ,
hierna te noemen: betrokkene,
geboren op [geboortedatum] 1990 te [geboorteplaats] , Roemenië,
wonende te [woonplaats] ,
thans verblijvende in de accommodatie van [instelling] , [adres] te [plaatsnaam] ,
advocaat: mr. N.J. Batelaan te Den Haag.
Procesverloop
Bij verzoekschrift heeft de officier van justitie verzocht om voortzetting van de op
18 november 2024 opgelegde crisismaatregel.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
een afschrift van de beschikking van de burgemeester van de gemeente Delft tot het nemen van de crisismaatregel;
een op 18 november 2024 ondertekende medische verklaring van M.N. Lekkerkerker, psychiater, die betrokkene heeft onderzocht maar niet bij haar behandeling betrokken was;
- een afschrift van de politiemutaties;
- een brief van de officier van justitie van 18 november 2024, waaruit blijkt dat betrokkene geen justitiële documentatie heeft.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 22 november 2024. Daarbij zijn de volgende personen gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
- de psychiater, C. van Duijnhoven;
- de partner van betrokkene.
Omdat door de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig werd geacht en het de rechtbank ter zitting is gebleken dat diens aanwezigheid ook niet noodzakelijk was om tot een inhoudelijke beslissing te kunnen komen, is de officier van justitie niet gehoord.
Standpunten ter zitting
Door en namens betrokkene is ter zitting naar voren gebracht dat het beter gaat met betrokkene en ze terug naar huis wil. Betrokkene is tijdens de opname tot rust gekomen en hersteld en er is geen sprake meer van een crisis, waardoor verdere opname geen meerwaarde meer heeft. Betrokkene heeft depotmedicatie gekregen en is verder trouw in haar medicatie en begrijpt ook dat dit nodig is. Er is geen sprake meer van dreigend ernstig nadeel en de advocaat verzoekt daarom om het verzoek af te wijzen.
De psychiater heeft ter zitting onder meer meegedeeld dat betrokkene voorafgaand aan de opname erg in paniek was en daardoor overmatig de hulpdiensten belde. Bij betrokkene kan de spanning opeens snel oplopen zonder duidelijke aanloop. Tijdens de opname is betrokkene snel hersteld en de psychiater ziet geen bezwaren om betrokkene weer terug naar huis te laten gaan.
Beoordeling
Uit het behandelde ter zitting is gebleken dat het toestandsbeeld van betrokkene inmiddels zodanig is opgeknapt dat er geen sprake meer is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel en dat betrokkene zich niet verzet tegen de zorg. Gelet op het voorgaande is niet voldaan aan de criteria voor een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel. Het verzoek zal daarom worden afgewezen.
Beslissing
De rechtbank:
wijst het verzoek af.
Deze beschikking is gegeven door mr. E.D.A Geleijns, rechter, bijgestaan door mr. V.A.H. Schoorl als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 22 november 2024.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 29 november 2024.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.