Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
1.Het verzoek tot herstel
Omdat over de dossiers die [bedrijf] nog onder zich had toen de dagvaarding werd uitgebracht nog niet correct is afgerekend.”.
2.De beoordeling
3.Beslissing
€ 441.866,55,
2022,
Rechtbank Den Haag
In deze civiele procedure tussen Intrum Nederland B.V. en een incassobedrijf staat de afwikkeling van incassodossiers en de uitleg van hun samenwerkingsovereenkomst centraal. Het herstelverzoek richt zich op vijf kennelijke fouten in het eerdere vonnis van 19 juni 2024, waaronder onjuiste optelsommen, verkeerde renteperiodes en een onjuiste toewijzing van vorderingen.
De rechtbank oordeelt dat drie van deze fouten eenvoudig kunnen worden hersteld: het corrigeren van het totaalbedrag van €414.866,55 naar €441.866,55, het aanpassen van de buitengerechtelijke kosten van €40.000,00 naar €40,00, en het corrigeren van de renteperiode van 31 december 2021 naar 31 december 2022. Daarnaast wordt de toewijzing van vorderingen beperkt tot dossiers die na de dagvaarding zijn afgewikkeld.
Intrum betwist dat zij afstand heeft gedaan van de renteaanspraken en dat er sprake is van een kennelijke fout op dat punt. De rechtbank wijst het herstelverzoek voor dit onderdeel af. Het vonnis wordt op de genoemde punten hersteld en de partijen worden verplicht om de vonnissen te retourneren aan de griffie.
Uitkomst: De rechtbank herstelt het vonnis van 19 juni 2024 op meerdere punten en wijst het herstelverzoek deels toe.