ECLI:NL:RBDHA:2024:20068
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging tijdelijke bescherming wegens feitelijke verbreking huwelijk met Oekraïense echtgenote
Eiser, afkomstig uit Algerije en getrouwd met een Oekraïense vrouw, kwam in aanmerking voor tijdelijke bescherming in Nederland vanwege zijn verblijf in Oekraïne tijdens de inval van Rusland. De minister beëindigde zijn tijdelijke bescherming, waarop eiser beroep instelde. Dit beroep werd eerst ongegrond verklaard, maar in hoger beroep vernietigde de Afdeling bestuursrechtspraak het besluit wegens onvoldoende motivering.
De minister nam vervolgens een nieuw besluit, opnieuw beëindigend de tijdelijke bescherming, met een uitgebreide motivering dat de feitelijke relatie tussen eiser en zijn echtgenote verbroken is. De rechtbank oordeelt dat het enkele feit van een rechtsgeldig huwelijk niet voldoende is om tijdelijke bescherming toe te kennen; er moet een duurzame relatie en een wens tot gezinshereniging zijn.
De rechtbank concludeert dat eiser sinds eind 2022 geen contact meer heeft met zijn echtgenote, die met een andere man samenwoont en geen wens tot hereniging toont. Daarom komt eiser niet in aanmerking voor tijdelijke bescherming als gezinslid. Het beroep wordt ongegrond verklaard zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de beëindiging van tijdelijke bescherming wordt ongegrond verklaard omdat de feitelijke relatie met de Oekraïense echtgenote is verbroken.