Eiser, geboren in 1973 en met de nationaliteit van Bosnië-Herzegovina, is in 2003 ongewenst verklaard wegens een gevangenisstraf van één jaar en een gevaar voor de openbare orde. Ondanks deze verklaring verbleef hij meerdere keren in Nederland en voldeed niet aan de vereiste van tien aaneengesloten jaren verblijf buiten de EU. Hij verzocht om opheffing van de ongewenstverklaring en aanpassing van de SIS-signalering om familie in het Schengengebied te kunnen bezoeken.
Verweerder wees het verzoek af op grond van artikel 6.6 van het Vreemdelingenbesluit 2000 en het beleid na het arrest Filev en Osmani, waarbij de aanvraag wordt getoetst aan het vereiste van tien aaneengesloten jaren buiten de EU. De rechtbank bevestigde dat eiser niet aan deze voorwaarde voldoet, ook niet bij optelling van perioden met tussenpozen. Daarnaast oordeelde de rechtbank dat de SIS-signalering wettelijk is toegestaan en niet onredelijk is toegepast.
De rechtbank overwoog dat de signalering in het SIS slechts informatie verstrekt aan lidstaten en geen zelfstandig verbod inhoudt. De belangenafweging ten aanzien van het recht op familie- en gezinsleven is onvoldoende onderbouwd door eiser. Het beroep is daarom ongegrond verklaard en de ongewenstverklaring met SIS-signalering blijft gehandhaafd.