Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[verzoekster] , verzoekster,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Verzoekster diende op 13 november 2023 beroep in tegen het niet-tijdig beslissen op haar nareis asiel aanvraag van 17 oktober 2022 ten behoeve van haar ouders en broertje. Op 10 juni 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie de aanvraag alsnog ingewilligd.
Naar aanleiding van de inwilliging heeft verzoekster haar beroep ingetrokken en verzocht om vergoeding van de proceskosten. De rechtbank oordeelt dat de minister geheel aan het beroep tegemoet is gekomen door de aanvraag alsnog te honoreren.
Op grond van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht kan de rechtbank in dat geval het bestuursorgaan veroordelen tot vergoeding van de proceskosten. De rechtbank stelt de proceskosten vast op € 437,50, gebaseerd op een puntensysteem voor beroepsmatige rechtsbijstand met een lichte wegingsfactor. Daarnaast wijst de rechtbank erop dat de minister het betaalde griffierecht van € 184 aan verzoekster moet vergoeden.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de minister tot vergoeding van € 437,50 aan proceskosten na intrekking van het beroep wegens niet-tijdig beslissen.