ECLI:NL:RBDHA:2024:2019
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardige vrees voor FARC-bedreiging na ontvoering vader
Eiser, een Colombiaanse nationaliteit dragende man, vroeg asiel aan in Nederland wegens vermeende dreiging door de FARC na de ontvoering van zijn vader in 2000. Hij stelde dat het gezin sindsdien onder voortdurende dreiging stond en dat recente incidenten, waaronder een ontmoeting met vier FARC-leden in 2022, zijn vrees bevestigden.
De staatssecretaris wees de aanvraag af omdat de persoonlijke vrees van eiser niet aannemelijk was gemaakt. De rechtbank overwoog dat hoewel de ontvoering van de vader geloofwaardig was, er geen bewijs was dat eiser sindsdien persoonlijk bedreigd was of in negatieve aandacht van de FARC stond. De overgelegde aangiftes betroffen geen nieuwe incidenten en algemene landeninformatie ondersteunde niet de stelling van eiser.
De rechtbank oordeelde dat het onderduiken van eiser ongeloofwaardig was gezien zijn normale levensstijl en dat het incident uit 2022 onvoldoende concreet en overtuigend onderbouwd was. Ook het niet aanvragen van asiel in Spanje werd niet als bezwaar gezien omdat eiser aangaf in Nederland te willen studeren.
Gelet op het voorgaande verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en handhaafde het besluit tot afwijzing van de asielaanvraag.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en de asielaanvraag afgewezen wegens onvoldoende aannemelijkheid van persoonlijke bedreiging door de FARC.