ECLI:NL:RBDHA:2024:20214
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen overdracht in Dublinprocedure
Verzoeker heeft een asielaanvraag ingediend in Nederland die niet in behandeling is genomen omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling. De rechtbank heeft het beroep van verzoeker tegen dit besluit kennelijk ongegrond verklaard, waarbij is geoordeeld dat verzoeker op 22 december 2023 aan Duitsland is overgedragen.
Verzoeker heeft verzet aangetekend tegen deze uitspraak en een voorlopige voorziening gevraagd om overdracht aan Duitsland te voorkomen. Hij stelde dat hij niet aan Duitsland is overgedragen en dat de rechtbank hem had moeten horen. De voorzieningenrechter oordeelt echter dat het verzet geen redelijke kans van slagen heeft omdat verzoeker onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij niet is overgedragen en geen nieuwe gronden heeft aangevoerd die twijfel aan het eerdere oordeel rechtvaardigen.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af en bepaalt dat verweerder geen proceskosten hoeft te vergoeden. De uitspraak is gedaan zonder zitting en bindt de rechtbank niet in de verdere verzetsprocedure.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het verzet geen redelijke kans van slagen heeft.