Uitspraak
2.ECLI:NL:RVS:2023:4473.
3.ECLI:NL:RVS:2024:2548.
- verklaart het beroep ongegrond;
- veroordeelt de minister tot betaling van € 875,- aan proceskosten aan eiser.
Rechtbank Den Haag
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat Spanje volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. De rechtbank heeft het beroep op zitting behandeld, waarbij eiser en zijn gemachtigde afwezig waren.
De rechtbank oordeelt dat het besluit onvoldoende zorgvuldig is voorbereid omdat dossierstukken pas bij het besluit zijn verstrekt, in strijd met het eigen beleid van de minister. Dit zorgvuldigheidsgebrek wordt echter gepasseerd omdat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij hierdoor in zijn belangen is geschaad. Eiser heeft zijn bezwaren in het aanmeldgehoor kunnen uiten en heeft geen aanvullingen in het beroep gegeven.
Verder heeft eiser aangevoerd dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Spanje niet kan worden toegepast vanwege structurele tekortkomingen in het opvangsysteem en zijn persoonlijke ervaringen van mishandeling. De rechtbank volgt dit niet en verwijst naar recente jurisprudentie en rapporten die geen bijzondere, individuele omstandigheden aannemelijk maken die overdracht aan Spanje onevenredig hard maken.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt het niet in behandeling nemen van de aanvraag. Wel wordt een proceskostenvergoeding van € 875,- toegekend aan eiser vanwege het indienen van het beroepschrift.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag blijft in stand, met toekenning van proceskostenvergoeding aan eiser.