ECLI:NL:RBDHA:2024:2024
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen niet tijdig beslissen asielaanvraag wegens prematuur ingebrekestelling
Eiser heeft op 19 september 2022 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De staatssecretaris heeft de beslistermijn met negen maanden verlengd op grond van artikel 42, vierde lid, van de Vreemdelingenwet 2000, vanwege een grote instroom van asielaanvragen.
Eiser stelde de staatssecretaris in gebreke bij brief van 21 november 2023 wegens het niet tijdig beslissen en diende op 6 december 2023 beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit. De rechtbank oordeelt dat de ingebrekestelling prematuur is omdat de verlengde beslistermijn van zes plus negen maanden nog niet was verstreken op het moment van ingebrekestelling.
De rechtbank volgt het eerdere oordeel van de meervoudige kamer dat de verlenging van de beslistermijn rechtsgeldig is. Omdat het beroep niet voldoet aan de vereisten van artikel 6:12, tweede lid, van de Awb, wordt het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens prematuur ingediende ingebrekestelling.