Eisers, van Syrische nationaliteit, dienden op 3 februari 2023 een aanvraag in voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis. De staatssecretaris besloot niet binnen de wettelijke termijn van 90 dagen, die met drie maanden was verlengd, waardoor eisers de staatssecretaris op 21 november 2023 in gebreke stelden en op 7 december 2023 beroep instelden tegen het niet tijdig nemen van een besluit.
De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk gegrond is omdat de beslistermijn is verstreken en de ingebrekestelling rechtsgeldig was. De rechtbank sluit aan bij eerdere jurisprudentie dat bij overschrijding van beslistermijnen in gezinsherenigingszaken sprake is van een bijzonder geval en stelt een termijn van acht weken voor het alsnog beslissen, met een mogelijke verlenging tot twintig weken bij nader onderzoek.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom van €100 per dag op, met een maximum van €7.500, en stelt de reeds verbeurde dwangsom vast op €1.442. Tot slot veroordeelt de rechtbank de staatssecretaris in de proceskosten van eisers tot een bedrag van €437,50.