Eiser diende op 17 april 2023 een aanvraag in voor een machtiging tot voorlopig verblijf als familie- of gezinslid in het kader van nareis. De staatssecretaris heeft niet binnen de wettelijke termijn van 90 dagen, die met drie maanden was verlengd, een besluit genomen. Eiser stelde de staatssecretaris op 8 november 2023 in gebreke en startte op 8 december 2023 een beroepsprocedure wegens het niet tijdig beslissen.
De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk gegrond is omdat de staatssecretaris niet tijdig heeft beslist. De rechtbank draagt de staatssecretaris op binnen acht weken na de uitspraak alsnog een besluit te nemen. Tevens legt de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €7.500 voor iedere dag dat de beslissing uitblijft na deze termijn.
Daarnaast stelt de rechtbank de reeds verbeurde dwangsom vast op €1.442 en veroordeelt de staatssecretaris in de proceskosten van eiser, vastgesteld op €437,50. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.