De rechtbank Den Haag behandelde twee bestuursrechtelijke beroepen tegen besluiten van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Krimpenerwaard betreffende de vergunningverlening en handhaving van een horecagelegenheid in een sporthal.
De vergunninghouder exploiteert sinds 2013 een café in de sporthal zonder vergunning. In 2021 werd een tijdelijke omgevingsvergunning verleend, welke het college in 2022 handhaafde. Eiser, woonachtig tegenover de sporthal, stelde dat door het café sprake is van geluidhinder die niet adequaat is onderzocht en bestreden. Tevens werden geluidreducerende maatregelen niet volledig uitgevoerd.
De rechtbank oordeelde dat het akoestisch onderzoek onvoldoende inzicht gaf in het geluidsniveau zonder en met maatregelen en dat het stemgeluid van bezoekers niet was meegenomen. Ook concludeerde de rechtbank dat twee van de vier geluidreducerende maatregelen niet waren uitgevoerd terwijl dat wel verplicht was. Het college had onvoldoende onderbouwd dat handhaving onevenredig zou zijn. Daarom werden beide bestreden besluiten vernietigd en werd het college opgedragen nieuwe besluiten te nemen met inachtneming van deze uitspraak.