ECLI:NL:RBDHA:2024:20339
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak statusloze Palestijn
Verzoeker, een statusloze Palestijn geboren in 1988, had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister van Asiel en Migratie verklaarde deze aanvraag op 1 augustus 2024 niet-ontvankelijk. Verzoeker stelde hiertegen beroep in en vroeg tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek om voorlopige voorziening op 24 september 2024, samen met een gerelateerde zaak. Gezien de uitspraak op het beroep in de gerelateerde zaak, achtte de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk en wees het verzoek af.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter E.E.M. van Abbe op 3 oktober 2024 en is niet vatbaar voor hoger beroep of verzet.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de uitspraak op het beroep is gedaan.