Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[verzoekster], verzoekster,
[verzoeker], verzoeker,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Verzoekers hebben op 7 oktober 2024 beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op hun asielaanvragen van 9 mei 2023. Vervolgens heeft de minister van Asiel en Migratie bij besluit van 18 oktober 2024 de asielaanvragen ingewilligd. Hierdoor hebben verzoekers hun beroepen ingetrokken en verzocht om vergoeding van de gemaakte proceskosten.
De rechtbank neemt aan dat er samenhang bestaat tussen de zaken van verzoekers, omdat zij gezinsleden zijn en vrijwel gelijktijdig beroep hebben ingesteld. Op grond van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan de rechtbank bij intrekking van beroep, indien het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk tegemoet is gekomen, het bestuursorgaan veroordelen tot proceskostenvergoeding.
De rechtbank oordeelt dat de minister niet binnen de gestelde termijn heeft beslist en daardoor geheel aan de beroepen tegemoet is gekomen. Het verzoek tot proceskostenvergoeding wordt dan ook als kennelijk gegrond toegewezen. De proceskosten worden vastgesteld op € 437,50, gebaseerd op een puntensysteem met een wegingsfactor 'licht', aangezien het beroep uitsluitend betrekking had op het niet tijdig beslissen.
De rechtbank veroordeelt de minister tot betaling van deze proceskosten aan verzoekers gezamenlijk.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de minister tot betaling van € 437,50 aan verzoekers als proceskostenvergoeding wegens niet tijdig beslissen op hun asielaanvragen.