Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het niet-tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 1 oktober 2022. Tijdens de procedure heeft de minister van Asiel en Migratie de aanvraag alsnog ingewilligd op 15 januari 2024. Vervolgens heeft verzoeker het beroep ingetrokken en verzocht om vergoeding van de proceskosten.
De rechtbank overweegt dat bij intrekking van het beroep wegens tegemoetkoming door het bestuursorgaan, de rechtbank op verzoek de proceskosten kan toewijzen aan de verzoeker. Nu de minister niet binnen de termijn heeft beslist en de aanvraag alsnog heeft ingewilligd, is aan het beroep volledig tegemoetgekomen.
De rechtbank wijst het verzoek om proceskosten toe en stelt deze vast op € 437,50, gebaseerd op de standaardpuntenregeling voor beroepsmatige rechtsbijstand, met een lichte wegingsfactor vanwege de beperkte aard van het beroep. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 14 oktober 2024.