ECLI:NL:RBDHA:2024:20425
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen vrijheidsontnemende maatregel in grensprocedure
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd op grond van artikel 6, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Zij stelt dat geen lichter middel is toegepast en dat haar kwetsbaarheid en individuele omstandigheden onvoldoende zijn meegewogen, met verwijzing naar het EVRM en het Istanbulprotocol.
De rechtbank overweegt dat geen lichter, doeltreffend middel beschikbaar was en dat de stress van eiseres niet zodanig ernstig is dat detentie onaanvaardbaar is. Ook is niet gebleken dat de communicatie via de Franse tolk onvoldoende was. De rechtbank kan niet oordelen over de omstandigheden in het detentiecentrum en wijst erop dat bezwaar tegen het asiel- en terugkeerbesluit niet in deze procedure kan worden behandeld.
Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de maatregel niet onrechtmatig en verklaart het beroep ongegrond. Tevens wijst zij het verzoek om schadevergoeding af. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de vrijheidsontnemende maatregel wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.