ECLI:NL:RBDHA:2024:20426
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen vrijheidsontnemende maatregel grensbewaking en schadevergoeding
De rechtbank Den Haag behandelde het beroep van eiser tegen een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd op 17 november 2024 op grond van artikel 6, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser stelde dat het besluit onrechtmatig was vanwege het ontbreken van zware en lichte gronden, een onbevoegde ondertekening en het niet uitreiken van de beschikking.
De rechtbank oordeelde dat het ontbreken van zware en lichte gronden niet onrechtmatig is bij grensdetentie in het kader van de grensprocedure. De maatregel is gegrond op het feit dat het asielverzoek in de grensprocedure wordt behandeld. Daarnaast is de maatregel rechtsgeldig gedagtekend, ondertekend door een bevoegd ambtenaar van de Koninklijke Marechaussee en uitgereikt aan eiser, zonder concrete aanwijzingen die dit betwisten.
Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na bekendmaking.
Uitkomst: Het beroep tegen de vrijheidsontnemende maatregel wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.