ECLI:NL:RBDHA:2024:20457
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen voortduren maatregel van vreemdelingenbewaring
Eiser is sinds 17 juli 2024 in vreemdelingenbewaring, na voorafgaand strafdetentie. De minister legde deze maatregel op op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. De rechtbank heeft eerder de rechtmatigheid van deze maatregel bevestigd tot 25 oktober 2024. Het huidige beroep richt zich op het voortduren van de maatregel na die datum.
Eiser betoogt dat de minister onvoldoende voortvarend is bij het uitzettingstraject, met name door het niet tijdig voorleggen van de zaak aan de ambassades op dossierniveau. De rechtbank oordeelt dat de minister maandelijks uitzettingshandelingen verricht en dat het aan de minister is te bepalen welke rappellering passend is. Bovendien is de minister afhankelijk van de Algerijnse autoriteiten voor het verkrijgen van een laissez-passer.
Daarnaast voert eiser aan dat het zicht op uitzetting ontbreekt, omdat in een eerdere bewaringperiode geen laissez-passer werd verstrekt. De rechtbank stelt dat het zicht op uitzetting naar Algerije in het algemeen niet ontbreekt en dat enige tijd voor behandeling van de laissez-passer-aanvraag aan de Algerijnse autoriteiten gegund moet worden.
De rechtbank ziet geen grond om te oordelen dat de maatregel onrechtmatig is en verklaart het beroep ongegrond. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt het voortduren van de maatregel van vreemdelingenbewaring.