De rechtbank Den Haag heeft op 9 december 2024 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak waarin eisers beroep instelden tegen het niet tijdig beslissen op hun aanvraag van 11 januari 2024 voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis.
De rechtbank heeft het onderzoek gesloten zonder zitting, omdat partijen daarmee instemden. De rechtbank constateerde dat de minister de beslistermijn van 90 dagen, met een verlenging van drie maanden, had overschreden. Eisers hadden de minister rechtsgeldig in gebreke gesteld en meer dan twee weken waren verstreken sinds de ingebrekestelling.
De rechtbank oordeelde dat het beroep gegrond is en stelde een nieuwe beslistermijn vast tot uiterlijk 29 september 2025, rekening houdend met het fifo-principe. Tevens legde de rechtbank een bestuurlijke dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €7.500. De reeds verbeurde dwangsom werd vastgesteld op €1.442.
Daarnaast veroordeelde de rechtbank de minister in de proceskosten van eisers, vastgesteld op €437,50, en bepaalde dat het betaalde griffierecht aan eisers moet worden vergoed. De uitspraak is openbaar gemaakt en bevat een mogelijkheid tot hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.