ECLI:NL:RBDHA:2024:2050
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verzoek om proceskostenvergoeding na intrekking beroep wegens niet-tijdig beslissen machtiging verblijf
Verzoekster stelde beroep in tegen het niet tijdig beslissen op haar aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis. Nadat de staatssecretaris het besluit alsnog heeft genomen en de aanvraag heeft ingewilligd, trok verzoekster het beroep in en verzocht om vergoeding van proceskosten.
De rechtbank overweegt dat bij intrekking van het beroep wegens tegemoetkoming door het bestuursorgaan, op verzoek proceskosten kunnen worden toegewezen. Nu de staatssecretaris niet tijdig besloot maar alsnog aan het beroep tegemoet is gekomen, is het verzoek om proceskostenvergoeding kennelijk gegrond.
De rechtbank veroordeelt de staatssecretaris tot vergoeding van het door verzoekster betaalde griffierecht en een bedrag voor rechtsbijstand, vastgesteld op basis van het Besluit proceskosten bestuursrecht. De wegingsfactor 'licht' wordt toegepast omdat het beroep uitsluitend zag op het niet tijdig nemen van een besluit.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten en griffierecht na intrekking van het beroep wegens niet tijdig beslissen.