ECLI:NL:RBDHA:2024:20538

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
9 december 2024
Publicatiedatum
9 december 2024
Zaaknummer
NL24.42501
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • H. Hanssen - Telman
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 Awb
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorziening tegen overdracht asielzoeker aan Spanje op grond van Dublin-verordening

Verzoeker heeft een asielaanvraag ingediend die door de minister niet in behandeling is genomen omdat Spanje verantwoordelijk wordt gehouden voor de behandeling op grond van de Dublin-verordening. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht tegelijkertijd om een voorlopige voorziening.

De voorzieningenrechter behandelde het verzoek op 28 november 2024 en oordeelde dat gelet op het lopende onderzoek naar de medische situatie van verzoeker door het Bureau Medische Advisering (BMA) en de naderende overdrachtsdatum van 14 januari 2025, onverwijlde spoed bestaat om het verzoek toe te wijzen.

De rechter schorst het bestreden besluit en bepaalt dat verzoeker niet mag worden overgedragen aan Spanje totdat op het beroep is beslist. Tevens wordt de minister veroordeeld in de proceskosten van verzoeker, vastgesteld op €1.750,-. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.

Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt toegewezen en de overdracht aan Spanje geschorst totdat op het beroep is beslist.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.42501

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[naam] , V-nummer: [V-nummer] , verzoeker

(gemachtigde: mr. P.A.J. Mulders),
en

de Minister van Asiel en Migratie

(gemachtigde: mr. A.A. Wildeboer).

Procesverloop

1. Bij besluit van 30 oktober 2024 (het bestreden besluit) heeft de minister de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Spanje verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
1.1.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. [1] Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
1.2.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek, tezamen met het beroep, op
28 november 2024 op zitting behandeld. Verzoeker is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

2. Op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht kan de voorzieningenrechter van de bestuursrechter die bevoegd is in de hoofdzaak op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed dat gelet op de betrokken belangen vereist.
3. Verzoeker heeft de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen, zodat hij het beroep tegen het niet in behandeling nemen van zijn asielaanvraag in Nederland mag afwachten. De minister heeft ter zitting van de rechtbank en in haar brief van 6 december 2024 ook verzocht het verzoek om een voorlopige voorziening toe te wijzen. Dit gelet op het onderzoek naar verzoekers medische situatie dat de minister door het Bureau Medische Advisering (BMA) laat verrichten naar aanleiding van de door verzoeker in beroep ingediende medische stukken en omdat de uitkomst van dit onderzoek en daarmee de verdere behandeling van het beroep naar het zich laat aanzien nog enige tijd op zich laten wachten, terwijl de uiterste overdrachtsdatum van verzoeker 14 januari 2025 is.
4. De voorzieningenrechter ziet in deze redenen aanleiding om het verzoek om een voorlopige voorziening toe te wijzen. Hierbij merkt de voorzieningenrechter naar aanleiding van de brief van verzoeker van 6 december 2024 op dat het verzoeker zelf was die heeft verzocht om een voorlopige voorziening. Het stond verzoeker dan ook vrij om dit verzoek in te trekken mocht een voorlopige voorziening niet meer gewenst worden. Nu het verzoek evenwel niet is ingetrokken moet het ervoor gehouden worden dat beide partijen een voorlopige voorziening wensen. De voorzieningenrechter schorst het bestreden besluit dan ook en bepaalt dat verzoeker niet mag worden overgedragen aan Spanje totdat op het beroep tegen het bestreden besluit is beslist.
5. De voorzieningenrechter veroordeelt de minister in de door verzoeker gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1.750,- (1 punt voor het indienen het verzoekschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting, met een waarde per punt van € 875,- en een wegingsfactor 1).

Beslissing

De voorzieningenrechter:
- treft de voorlopige voorziening dat het bestreden besluit wordt geschorst en dat verzoeker niet mag worden overgedragen aan Spanje totdat is beslist op het beroep;
- veroordeelt de minister in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 1.750,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. H. Hanssen - Telman, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.J.C. ten Hoopen, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl. De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.Dit beroep is geregistreerd onder het nummer NL24.42500.