Uitspraak
van het Bouwplan en Bouwprogramma en ten aanzien van de afname in erfpacht door[eiseres]
van de voor de realisering van het Bouwplan benodigde (bouwrijpe) Grond Gemeente. Voorts worden afspraken gemaakt met betrekking tot het bouwrijp maken van de Grond[naam eiseres]
, het wijzigen van het recht van erfpacht op de Grond[naam eiseres]
en de beëindiging van de rechten van gebruikers (waaronder kioskhuurders) binnen het Plangebied, voor zover het gebruik de uitvoering van het Plan[naam eiseres]
in de weg staat.
3.Algemeen kader
, welke Grond Gemeente[eiseres]
van de Gemeente aanvaardt.
het Plan[naam eiseres]
ontwikkelt en realiseert doet hij dit voor eigen rekening en risico.
. gezamenlijk de feitelijke staat van de grond inspecteren en vastleggen in (een) Proces-verbaal/ Processen-verbaal van oplevering van de bouwrijpe grond.
10.Uitgifte in erfpacht
zal pas gevestigd worden wanneer[eiseres]
over een Bruikbare omgevingsvergunning beschikt en wanneer de Grond Gemeente en de Grond Strandweg bouwrijp zijn. De werkzaamheden voor het bouwrijp maken kunnen niet worden gestart zonder dat de gemeente de beschikking heeft over alle benodigde gronden (hiervoor zijn nadrukkelijk verwervingen - zie artikel 26 - nodig.
.
11.Belastingen
”
de werkzaamheden’; uit de vergunning blijkt enkel dat toestemming is verkregen omtrent het verrichten van handelingen in een watersysteem.
- de erfpacht canon is verschuldigd vanaf 1 juni 2018 (artikel 5.2.1);
- de gemeente heeft de onroerende zaak aanvaard op 1 juni 2018 (artikel 5.7.1);
- de erfpachtzaak is op 1 juni 2018 feitelijk ter beschikking gesteld aan de gemeente, de erfpacht is sinds die datum voor risico van de gemeente en de lusten en lasten van de erfpacht zijn sinds die datum voor rekening van de gemeente (artikel 7.1 en 7.2).
- de ondererfpacht is ingegaan op 27 augustus 2019 (onder Definities, artikel 1);
- eiseres heeft de onroerende zaak aanvaard op 27 augustus 2019 (artikel 7.1);
- de ondererfpacht is sinds 27 augustus 2019 voor risico van eiseres en de lusten en lasten van de ondererfpacht zijn vanaf deze datum voor risico van eiseres is (artikel 7.2).
- of eiseres op 27 augustus 2019 bij het accorderen van de brief van de gemeente en het feitelijk ter beschikking krijgen van de onroerende zaak de economische eigendom in de zin van artikel 2, tweede lid, Wet brv daarvan heeft verkregen;
- of, zo voorstaande vraag bevestigend wordt beantwoord, dan op grond van onderdeel 2.2.4 van het Samenloopbesluit de zogenoemde samenloopvrijstelling op die verkrijging van toepassing is;
- of, zo dit niet direct het geval is, die bepaling op grond van het Besluit van 12 december 2023 van de staatssecretaris van Financiën (nr. 2023-26908) (het Nieuwe Vastgoedbesluit) dan toch van toepassing is;
- of, zo er wel overdrachtsbelasting verschuldigd is, zich dan een onbillijkheid van overwegende aard voordoet waardoor heffing achterwege dient te blijven; en
- of de verzuimboete terecht en zo ja, tot het juiste bedrag is opgelegd.
Op het tijdstip van de feitelijke terbeschikkingstelling van de grond heeft de grond de status van bouwterrein.
De feitelijke terbeschikkingstelling van de grond vindt plaats op basis van een schriftelijke en door partijen ondertekende obligatoire overeenkomst waarin is vastgelegd dat die zal resulteren in een akte tot vestiging van het recht van erfpacht.
Over het aangiftetijdvak waarin de feitelijke terbeschikkingstelling van het bouwterrein plaatsvond, voldoet de juridische eigenaar btw alsof er al sprake is van de juridische vestiging van het erfpacht, die is aan te merken als een levering in de zin van artikel 3, tweede lid, van de Wet OB. De vergoeding voor de vestiging van het erfpachtrecht wordt bepaald conform artikel 8, vijfde lid, onderdeel b, van de Wet OB in samenhang met artikel 5 van Pro het Uitvoeringsbesluit omzetbelasting 1968 en de bij laatstgenoemd besluit behorende Bijlage A en getoetst aan artikel 3, tweede lid, van de Wet OB. Indien de btw-vergoeding wijzigt tussen het moment van de feitelijke terbeschikkingstelling van de grond en de vestiging van het recht moet die gewijzigde vergoeding ook voldoen aan de toets, dat bij de uitgifte werd voldaan aan artikel 3, tweede lid, van de Wet OB.
De juridische vestiging van het recht van erfpacht op het bouwterrein vindt plaats vóór de eerste ingebruikneming van de op dit perceel gebouwde onroerende zaak.
In de notariële akte waarin het recht van erfpacht wordt gevestigd, geven de partijen aan dat zij bij de verkrijging van de economische eigendom in de zin van artikel 2, tweede lid, van de WBR van de grond deze goedkeuring hebben toegepast.
Partijen handelen voor de btw-heffing ook verder alsof bij de feitelijke terbeschikkingstelling sprake was van een btw-levering.
”
- verklaart het beroep ongegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar voor zover deze betrekking heeft op de boetebeschikking;
- vermindert de boetebeschikking tot een bedrag van € 5.238 en bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde gedeelte van de uitspraak op bezwaar.