ECLI:NL:RBDHA:2024:20558

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
4 december 2024
Publicatiedatum
10 december 2024
Zaaknummer
NL24.40153
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing proceskostenvergoeding wegens niet-tijdig beslissen asielaanvraag

Verzoeker diende op 8 december 2023 beroep in tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 4 augustus 2022. De rechtbank Utrecht verklaarde dit beroep op 29 maart 2024 gegrond en gaf de minister een termijn van zestien weken om te beslissen. Nadat de minister niet binnen deze termijn had beslist, stelde verzoeker op 15 oktober 2024 opnieuw beroep in tegen het uitblijven van een besluit.

Op 5 november 2024 werd de asielaanvraag alsnog ingewilligd. Verzoeker trok daarop het beroep in en verzocht om vergoeding van de proceskosten. De rechtbank oordeelde dat de minister geheel aan het beroep tegemoet was gekomen en veroordeelde de minister tot betaling van € 437,50 aan proceskosten.

De proceskostenvergoeding is vastgesteld op basis van het Besluit proceskosten bestuursrecht, waarbij een wegingsfactor 'licht' werd toegepast vanwege de beperkte aard van het beroep, dat enkel betrekking had op het niet tijdig nemen van een besluit. De uitspraak werd gedaan door rechter M.L. Weerkamp op 4 december 2024.

Uitkomst: De minister wordt veroordeeld tot betaling van € 437,50 aan proceskosten wegens niet tijdig beslissen op de asielaanvraag.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.40153

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[verzoeker] , verzoeker,

v-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. R. Hijma)
en
de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Verzoeker heeft op 8 december 2023 beroep ingesteld tegen het niet-tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 4 augustus 2022.
Bij uitspraak van 29 maart 2024 heeft deze rechtbank en zittingsplaats Utrecht het beroep van verzoeker gegrond verklaard en daarbij verweerder opgedragen om binnen een termijn van zestien weken een besluit op de aanvraag te nemen (NL23.38516).
Op 15 oktober 2024 heeft verzoeker opnieuw beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op de hierboven genoemde aanvraag.
Bij besluit van 5 november 2024 heeft verweerder de asielaanvraag van verzoeker ingewilligd.
Verzoeker heeft het beroep ingetrokken en daarbij verzocht om verweerder te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten.
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Awb [1] uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. De veroordeling van een partij in de proceskosten is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Bpb. [2] Als een beroep wordt ingetrokken, omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoet gekomen, kan de rechtbank op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. Dit is geregeld in artikel 8:75a van de Awb.
2. Nu verweerder niet binnen de hiervoor geldende termijn op de aanvraag van verzoeker heeft besloten en deze aanvraag hangende een beroep tegen het niet tijdig beslissen heeft ingewilligd, is verweerder geheel aan het beroep van verzoeker tegemoetgekomen.
3. Het verzoek wordt als kennelijk gegrond toegewezen. De rechtbank veroordeelt verweerder in de door verzoeker gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Bpb voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 437,50 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 875 met een wegingsfactor 0,5). De rechtbank is van oordeel dat de wegingsfactor ‘licht’ van toepassing is aangezien het beroep alleen ziet op het niet tijdig nemen van een besluit.

Beslissing

De rechtbank:
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van
€ 437,50 (vierhonderdzevenendertig euro en vijftig cent).
Deze uitspraak is gedaan op 4 december 2024 door mr. M.L. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van S.A. Sewratan, griffier, openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Algemene wet bestuursrecht.
2.Besluit proceskosten bestuursrecht.