ECLI:NL:RBDHA:2024:20584
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in Dublin-zaak over asielaanvraag
Verzoeker heeft een asielaanvraag ingediend die door de minister van Asiel en Migratie niet in behandeling is genomen omdat Oostenrijk verantwoordelijk wordt geacht voor de behandeling van de aanvraag op grond van het Dublin-verdrag. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en vroeg tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek op 10 september 2024, waarbij verzoeker niet aanwezig was. De minister werd vertegenwoordigd door zijn gemachtigde. De voorzieningenrechter overwoog dat vanwege de uitspraak in een gerelateerde zaak (NL24.33499) een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk was.
Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan op 20 september 2024 en is niet vatbaar voor hoger beroep of verzet.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de gerelateerde zaak al uitspraak heeft gekregen.