ECLI:NL:RBDHA:2024:2059
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielprocedure wegens kennelijke ongegrondheid
Op 6 december 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid het asielverzoek van de verzoeker afgewezen als kennelijk ongegrond. Hiertegen heeft verzoeker beroep ingesteld en tevens een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend bij de voorzieningenrechter.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om een voorlopige voorziening zonder zitting beoordeeld op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Op 9 februari 2024 vond de behandeling van het beroep plaats, waarna de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening heeft afgewezen.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is op 20 februari 2024 geanonimiseerd gepubliceerd en staat niet open voor hoger beroep of verzet.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.