Verzoeker heeft een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend, welke door de minister van Asiel en Migratie niet in behandeling is genomen vanwege de verantwoordelijkheid van Polen volgens de Dublin-verordening.
Tegen dit besluit is beroep ingesteld en tevens is een voorlopige voorziening gevraagd. De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening op 24 september 2024 behandeld, samen met een gerelateerde zaak.
Gezien de uitspraak in de bodemprocedure (zaaknummer NL24.35221) acht de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet langer nodig en wijst het verzoek af. Wel veroordeelt de voorzieningenrechter de minister in de proceskosten van verzoeker, vastgesteld op € 875,00 conform het Besluit proceskosten bestuursrecht.
De uitspraak is gedaan door mr. I. Helmich, voorzieningenrechter, en uitgesproken op 9 oktober 2024. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.