ECLI:NL:RBDHA:2024:20642
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening inzake Dublin-verantwoordelijkheid Kroatië
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister van Asiel en Migratie niet in behandeling is genomen wegens verantwoordelijkheid van Kroatië volgens het Dublin-verdrag.
Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht tevens om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter behandelde het verzoek op 24 september 2024 samen met een gerelateerde zaak.
De voorzieningenrechter oordeelde dat aangezien de hoofdzaak inmiddels is behandeld en een uitspraak is gedaan, een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan op 8 oktober 2024 door voorzieningenrechter I. Helmich in aanwezigheid van griffier K.L.H. Thomas. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is behandeld.