Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2024:20646

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
16 december 2024
Publicatiedatum
10 december 2024
Zaaknummer
24/9051
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek om voorlopige voorziening bij wijziging bijstandsuitkering niet-ontvankelijk wegens ontbreken bezwaar

Verzoeker ontving een bijstandsuitkering die per 4 april 2024 werd gewijzigd naar de norm voor een alleenstaande zonder korting. Verzoeker diende een verzoek om voorlopige voorziening in tegen dit besluit van 1 mei 2024. Tijdens de zitting op 2 december 2024 was verzoeker aanwezig, maar de gemachtigde van verweerder ontbrak.

Verzoeker vroeg vrijstelling van griffierecht vanwege betalingsonmacht, wat werd toegekend omdat hij een bijstandsuitkering ontvangt met maandelijkse inhoudingen. Vervolgens werd beoordeeld of het verzoek inhoudelijk kon worden behandeld. Volgens artikel 8:81 Awb Pro is een voorlopige voorziening alleen mogelijk als er bezwaar of beroep tegen hetzelfde besluit aanhangig is.

Verweerder stelde dat geen bezwaar was ingediend. Verzoeker overhandigde een document gedateerd 13 mei 2024 waarin bezwaar werd gemaakt tegen de hoogte van de uitkering, maar verweerder ontving dit niet tijdig. Verzoeker kon ter zitting niet aannemelijk maken dat een bezwaar was ingediend. De voorzieningenrechter concludeerde dat geen bezwaar was gemaakt en verklaarde het verzoek niet-ontvankelijk. Er werd geen vergoeding van griffierecht of proceskosten toegewezen.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een aanhangig bezwaar tegen het bestreden besluit.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: SGR 24/9051

uitspraak van de voorzieningenrechter van 16 december 2024 in de zaak tussen

[verzoeker], uit [woonplaats], verzoeker

en

het college van burgemeester en wethouders van Den Haag, verweerder

(gemachtigde: A. Salman-Göleli).

Inleiding

In het besluit van 1 mei 2024 (het bestreden besluit) heeft verweerder verzoeker medegedeeld dat de bijstandsuitkering die hij ontvangt vanaf 4 april 2024 wordt gewijzigd naar de norm voor een alleenstaande (zonder korting).
Verzoeker heeft ten aanzien van het bestreden besluit een verzoek om voorlopige voorziening ingediend.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 2 december 2024 op zitting behandeld. Hieraan heeft verzoeker deelgenomen. Gemachtigde van verweerder was met bericht van verhindering afwezig.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

1. Verzoeker heeft de voorzieningenrechter verzocht om vrijstelling van betaling van het griffierecht wegens betalingsonmacht. Uit de stukken blijkt dat verzoeker een bijstandsuitkering ontvangt en dat daarop maandelijks een reservering vakantiegeld en een bedrag ter aflossing op een schuld in mindering wordt gebracht. Daarmee is aannemelijk dat hij niet over voldoende inkomsten of vermogen beschikt om het griffierecht te betalen. Het beroep op betalingsonmacht slaagt. Verzoeker wordt ten aanzien van dit verzoek om voorlopige voorziening vrijgesteld van de verplichting om griffierecht te betalen.
2. Vervolgens wordt beoordeeld of het verzoek om voorlopige voorziening inhoudelijk kan worden behandeld.
2.1
Op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is een verzoek om een voorlopige voorziening alleen mogelijk als er ook een bezwaar (of beroep) tegen dat zelfde besluit aanhangig is.
2.2
Het verzoek om voorlopige voorziening is gericht tegen het bestreden besluit van 1 mei 2024. Verweerder heeft zich op het standpunt gesteld dat verzoeker hiertegen geen bezwaar heeft gemaakt. Verzoeker heeft bij zijn verzoek om voorlopige voorziening een document gevoegd dat is gedateerd op 13 mei 2023 (lees: 2024), gericht aan verweerder en waarbij vermeld is dat bewaar wordt gemaakt tegen de hoogte van de uitkering per 4 april 2024. Verweerder heeft zich op het standpunt gesteld dit bezwaarschrift niet te hebben ontvangen voordat het verzoek om voorlopige voorziening werd ingediend en dat ook niet een ander document is ontvangen dat als bezwaarschrift tegen het bestreden besluit kan worden aangemerkt. Verzoeker heeft ter zitting weliswaar gesteld dat hij wel bezwaar heeft gemaakt, maar hij heeft dat niet aannemelijk gemaakt. Verzoeker heeft ter zitting een e-mail laten zien die hij aan verweerder verstuurd heeft in oktober 2024, maar daaruit blijkt niet van een bezwaar tegen het bestreden besluit. De rechtbank gaat er dan ook van uit dat er geen bezwaar is gemaakt tegen het bestreden besluit.
3. De voorzieningenrechter verklaart het verzoek niet-ontvankelijk, omdat niet gebleken is dat een bezwaar tegen het bestreden besluit aanhangig is. Voor vergoeding van het griffierecht of een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. L.C. Bannink, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. I. Geerink-van Loon, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 16 december 2024.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.