ECLI:NL:RBDHA:2024:20646
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Verzoek om voorlopige voorziening bij wijziging bijstandsuitkering niet-ontvankelijk wegens ontbreken bezwaar
Verzoeker ontving een bijstandsuitkering die per 4 april 2024 werd gewijzigd naar de norm voor een alleenstaande zonder korting. Verzoeker diende een verzoek om voorlopige voorziening in tegen dit besluit van 1 mei 2024. Tijdens de zitting op 2 december 2024 was verzoeker aanwezig, maar de gemachtigde van verweerder ontbrak.
Verzoeker vroeg vrijstelling van griffierecht vanwege betalingsonmacht, wat werd toegekend omdat hij een bijstandsuitkering ontvangt met maandelijkse inhoudingen. Vervolgens werd beoordeeld of het verzoek inhoudelijk kon worden behandeld. Volgens artikel 8:81 Awb Pro is een voorlopige voorziening alleen mogelijk als er bezwaar of beroep tegen hetzelfde besluit aanhangig is.
Verweerder stelde dat geen bezwaar was ingediend. Verzoeker overhandigde een document gedateerd 13 mei 2024 waarin bezwaar werd gemaakt tegen de hoogte van de uitkering, maar verweerder ontving dit niet tijdig. Verzoeker kon ter zitting niet aannemelijk maken dat een bezwaar was ingediend. De voorzieningenrechter concludeerde dat geen bezwaar was gemaakt en verklaarde het verzoek niet-ontvankelijk. Er werd geen vergoeding van griffierecht of proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een aanhangig bezwaar tegen het bestreden besluit.