ECLI:NL:RBDHA:2024:20672
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverantwoordelijkheid Duitsland
Eiseres, met de Ugandese nationaliteit, heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om haar asielaanvraag niet in behandeling te nemen omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling volgens de Dublinverordening.
Eiseres stelde dat de Duitse autoriteiten haar niet adequaat beschermden tegen bedreigingen en geweld van haar echtgenoot, en dat Duitsland niet voldoet aan de Procedurerichtlijn en het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Zij vorderde vernietiging van het besluit en dat de minister de aanvraag aan zich zou trekken.
De rechtbank oordeelde dat eiseres onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat er sprake is van structurele tekortkomingen in het Duitse asiel- en opvangsysteem die een reëel risico op schending van artikel 3 EVRM Pro of artikel 4 Handvest Pro opleveren. Ook was niet gebleken dat de Duitse autoriteiten niet bereid zijn hulp te bieden of dat klagen zinloos is.
Verder concludeerde de rechtbank dat de minister terecht geen gebruik hoefde te maken van zijn discretionaire bevoegdheid op grond van artikel 17 Dublinverordening Pro, omdat geen bijzondere individuele omstandigheden waren aangetoond. Het beroep werd daarom kennelijk ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.