ECLI:NL:RBDHA:2024:20688
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening in beroep tegen afwijzing asielaanvraag
De minister van Asiel en Migratie heeft op 10 september 2024 een asielaanvraag van verzoeker afgewezen als kennelijk ongegrond. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en tevens een voorlopige voorziening gevraagd. Op 21 november 2024 heeft de voorzieningenrechter het verzoek samen met de hoofdzaak behandeld. Omdat de rechtbank op die datum uitspraak heeft gedaan over het beroep, achtte de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk en wees het verzoek af.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter H.P. Eckert en griffier P.C.J. Lindeijer, en is geanonimiseerd gepubliceerd. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
De zaak betreft bestuursrechtelijke procedures binnen het vreemdelingenrecht, waarbij de voorlopige voorziening een tijdelijke maatregel betreft in afwachting van de hoofdzaak. De afwijzing van het verzoek betekent dat de beslissing van de minister voorlopig blijft gehandhaafd.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is behandeld.