ECLI:NL:RBDHA:2024:20689
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- S. Ketelaars - Mast
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen plaatsing in Handhavings- en Toezichtlocatie en vrijheidsbeperkende maatregel
Eiser is op 3 oktober 2024 door het COa geplaatst in een Handhavings- en Toezichtlocatie (HTL) te Hoogeveen vanwege gedragingen met grote impact, waaronder agressief gedrag, vernielingen en doodsbedreigingen richting medewerkers. Tevens is door de minister een vrijheidsbeperkende maatregel opgelegd die eiser verplicht zich binnen een bepaald gebied te houden.
Eiser betwist de verslaglegging van het incident en ontkent onder meer het dreigen met een aardappelschilmesje en het uiten van doodsbedreigingen, waarbij hij stelt dat het gedrag voortkwam uit dronkenmanspraat en dat hij niet fysiek agressief was. De rechtbank oordeelt echter dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat het incident anders is verlopen dan beschreven en dat het incident terecht als zeer ernstig is aangemerkt.
Daarnaast stelt eiser dat het GZA een onzorgvuldig advies heeft uitgebracht door het incident uitvoerig te beschrijven, wat het oordeel zou kunnen kleuren. De rechtbank vindt geen aanleiding om aan het professionele oordeel van het GZA te twijfelen en constateert dat medische omstandigheden niet ten onrechte zijn buiten beschouwing gelaten.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst een proceskostenveroordeling af. Tegen het plaatsingsbesluit kan hoger beroep worden ingesteld, maar tegen de vrijheidsbeperkende maatregel is geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de plaatsing in de HTL en de vrijheidsbeperkende maatregel.