ECLI:NL:RBDHA:2024:20712
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Proceskostenvergoeding na intrekking beroep tegen niet-tijdig beslissen asielaanvraag
Verzoeker diende op 29 maart 2022 een beroep in tegen het niet-tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 6 september 2021. Vervolgens heeft de staatssecretaris op 5 juli 2022 de asielaanvraag ingewilligd. Naar aanleiding daarvan heeft verzoeker het beroep ingetrokken en verzocht om vergoeding van proceskosten.
De rechtbank oordeelt dat de staatssecretaris aan verzoeker tegemoet is gekomen door alsnog een besluit te nemen tijdens de beroepsprocedure. Op grond van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan de rechtbank in dat geval het bestuursorgaan veroordelen in de proceskosten.
De rechtbank stelt de proceskosten vast op € 437,50, gebaseerd op een punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde van € 875, vermenigvuldigd met een wegingsfactor van 0,5 vanwege de lichte aard van het beroep. De rechtbank veroordeelt de staatssecretaris tot betaling van dit bedrag aan verzoeker.
Uitkomst: De staatssecretaris wordt veroordeeld tot betaling van € 437,50 aan proceskosten aan verzoeker.