ECLI:NL:RBDHA:2024:20726
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Buiten behandeling stelling verblijfsvergunning wegens niet voldoen aan loketverschijning en legesbetaling
Eiser, een Angolese nationaliteit dragende man, diende op 19 augustus 2022 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd als familie- of gezinslid. Verweerder stelde de aanvraag buiten behandeling omdat eiser niet persoonlijk aan het IND-loket verscheen om de aanvraag compleet te maken en de leges niet betaalde.
Eiser voerde aan dat hij niet tweemaal was uitgenodigd, dat de termijn tussen uitnodigingen te kort was vanwege ernstige psychische aandoeningen en dat sprake was van overmacht. Tevens stelde hij dat verweerder de hoorplicht had geschonden en dat hij vrijgesteld zou moeten worden van legesbetaling. De rechtbank oordeelde dat verweerder aannemelijk had gemaakt dat de uitnodigingen correct en tijdig waren verzonden en dat eiser niet aannemelijk had gemaakt deze niet te hebben ontvangen of door zijn medische situatie niet te kunnen verschijnen.
De rechtbank verwierp de stellingen over overmacht en overdreven formalisme, stelde vast dat eiser niet minderjarig was ten tijde van de aanvraag en dat hij niet had aangetoond dat hij niet kon betalen. Ook was de hoorplicht niet geschonden omdat het horen in bezwaar geen ander besluit zou hebben opgeleverd. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
Uitkomst: Het beroep tegen de buiten behandeling stelling van de verblijfsvergunningaanvraag is ongegrond verklaard.