ECLI:NL:RBDHA:2024:20744
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen beëindiging WIA-uitkering wegens onjuiste loonberekening
Eiseres ontving een WIA-uitkering die per 4 oktober 2023 werd beëindigd omdat zij meer dan 65% van haar oude loon verdiende. Zij betwistte de loonberekening, met name de verwerking van een eindejaarsuitkering en een zogenoemde uitruilregeling voor reiskosten, en stelde dat de polisadministratie onjuist was.
De rechtbank oordeelde dat eiseres onvoldoende had aangetoond dat de polisgegevens onjuist waren en dat zij zich tot haar werkgever had moeten wenden voor correctie van de loonadministratie. Hoewel eiseres stelde niet gehoord te zijn in bezwaar, vond de rechtbank dat dit gebrek in de procedure kon worden gepasseerd omdat zij in de beroepsprocedure voldoende gelegenheid had gehad haar standpunt te geven.
Het beroep werd ongegrond verklaard, maar verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiseres. De rechtbank erkende dat ondanks de toekenning van een nieuwe WIA-uitkering per 7 februari 2024, er nog een materieel belang bestond voor de periode tussen 4 oktober en 24 oktober 2023.
Uitkomst: Het beroep tegen de beëindiging van de WIA-uitkering wordt ongegrond verklaard.