ECLI:NL:RBDHA:2024:20745
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verblijfsdocument EU/EER verzorgende ouder wegens herhaalde aanvraag zonder nieuwe feiten
Eiser, een Marokkaanse nationaliteit dragende man, diende een aanvraag in voor een verblijfsdocument EU/EER als verzorgende ouder bij zijn Nederlandse zoon. Deze aanvraag werd afgewezen door de minister van Asiel en Migratie omdat het een herhaalde aanvraag betrof zonder nieuwe feiten of omstandigheden, conform artikel 4:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Eiser voerde aan dat hij wel aan de verblijfsvoorwaarden voldoet en verzocht om een toezegging dat hij het verblijfsrecht krijgt indien hij zijn verblijfsrecht in Duitsland opgeeft. De rechtbank oordeelde dat de aanvraag terecht werd afgewezen omdat eiser geen nieuwe feiten of omstandigheden had aangevoerd die een ander oordeel rechtvaardigen. De hoorzitting in bezwaar maakte dit niet anders.
De rechtbank erkende de lastige situatie van eiser, maar benadrukte dat een voorwaardelijke toekenning van het verblijfsrecht niet mogelijk is en verwees naar de lopende machtiging tot voorlopig verblijf (mvv)-procedure. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk. Eiser kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag voor een EU-verblijfsdocument als verzorgende ouder wordt ongegrond verklaard.