ECLI:NL:RBDHA:2024:2077
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak na bodemuitspraak
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft de verzoeker, van Nigeriaanse nationaliteit, een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft deze aanvraag op 28 december 2023 niet-ontvankelijk verklaard. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek op 31 januari 2024 samen met een gerelateerde bodemzaak (zaaknummer NL24.273). Omdat de bodemzaak inmiddels is beslist, achtte de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk en wees het verzoek af.
Daarnaast veroordeelde de voorzieningenrechter de staatssecretaris tot betaling van de proceskosten van verzoeker, vastgesteld op € 1750,-. Deze berekening is gebaseerd op het Besluit proceskosten bestuursrecht, waarbij rekening is gehouden met punten voor het indienen van het verzoekschrift en het verschijnen ter zitting, elk gewaardeerd op € 875,- met een wegingsfactor van 1.
De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter D.M. Schuiling en griffier M.A. Buikema en is openbaar bekendgemaakt. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot betaling van € 1750,- aan proceskosten.