ECLI:NL:RBDHA:2024:20789
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing tijdelijke bescherming Oekraïense onderdaan die voor peildatum Oekraïne verliet
Eiseres, een Oekraïense onderdaan, verzocht om tijdelijke bescherming op grond van de Richtlijn tijdelijke bescherming vanwege de militaire invasie in Oekraïne. Verweerder wees dit verzoek af omdat eiseres Oekraïne al in mei 2021 verliet, vóór de peildatum van 27 november 2021, en sindsdien niet meer terugkeerde. Eiseres voerde aan dat zij slechts tijdelijk in Polen werkte en dat zij door de invasie ontheemd is geraakt omdat terugkeer naar Oekraïne vanaf februari 2022 niet mogelijk was.
De rechtbank oordeelt dat eiseres niet voldoet aan de voorwaarden voor tijdelijke bescherming omdat zij niet als gevolg van de invasie ontheemd is geraakt maar al eerder Oekraïne verliet. De poging tot terugkeer naar Oekraïne doet hier niet aan af. De rechtbank volgt verweerder ook in het standpunt dat het vaststellen van de peildatum en de toepassing van artikel 3.9a van het Voorschrift Vreemdelingen 2000 niet in strijd is met het doel en het nuttig effect van de Richtlijn.
Verder oordeelt de rechtbank dat verweerder de hoorplicht niet heeft geschonden, omdat het beeld bij het besluit voldoende compleet was en geen aanleiding gaf tot het horen van eiseres. Het beroep wordt ongegrond verklaard en eiseres krijgt geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter M. Garabitian op 11 september 2024.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en tijdelijke bescherming wordt niet toegekend.