Uitspraak
[eiser] , eiser/verzoeker (hierna: eiser)
voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Rechtbank Den Haag
De rechtbank Den Haag behandelde het beroep van eiser, een Oekraïense staatsburger, tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om hem geen tijdelijke bescherming toe te kennen op grond van de Richtlijn tijdelijke bescherming. Eiser had Oekraïne verlaten vóór de peildatum van 27 november 2021 en stelde dat hij onder een doelgroep viel die aanspraak kan maken op tijdelijke bescherming, mede omdat hij vóór die datum al in Nederland verbleef.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij vóór de peildatum feitelijk in Nederland verbleef. Het enkele feit dat eiser op 31 juli 2021 een overtreding beging in Rijswijk, was onvoldoende bewijs voor verblijf, omdat niet kon worden uitgesloten dat hij slechts door Nederland reisde. Eiser weigerde verdere onderbouwing te geven uit angst voor bestraffing, waardoor het aanbod om een verklaring van zijn werkgever te overleggen niet tot een ander oordeel leidde.
De rechtbank bevestigde dat eiser niet tot de categorie ontheemden behoort zoals omschreven in de Richtlijn en het Uitvoeringsbesluit, omdat hij Oekraïne voor de militaire invasie heeft verlaten. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Tevens werd het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk verklaard omdat de uitspraak in het beroep was gedaan. Eiser kreeg geen griffierecht terug en geen proceskostenvergoeding.
De rechtbank wees erop dat eiser een nieuwe aanvraag kan indienen met aanvullende informatie om alsnog tijdelijke bescherming te verkrijgen. De uitspraak werd op 12 september 2024 mondeling gedaan door de voorzieningenrechter M.D. Gunster.
Uitkomst: Het beroep van eiser op tijdelijke bescherming wordt ongegrond verklaard omdat hij Oekraïne vóór de peildatum verliet en onvoldoende bewijs leverde van verblijf in Nederland.