Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 25 september 2024 in de zaak tussen
[eiser], eiser
voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Marokkaanse staatsburger, vroeg op 8 augustus 2023 een visum kort verblijf aan om een referente te bezoeken. Verweerder wees de aanvraag af wegens onvoldoende aantoonbaar doel en omstandigheden van het verblijf en redelijke twijfel over het voornemen van eiser om tijdig terug te keren naar Marokko.
Eiser stelde dat hij voldoende sociale en economische binding met Marokko heeft en dat verweerder zijn bezwaar onterecht kennelijk ongegrond verklaarde. Tevens vorderde hij een dwangsom wegens overschrijding beslistermijn en vergoeding van gemaakte kosten.
De rechtbank oordeelde dat het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk is omdat inmiddels op het bezwaar is beslist. De rechtbank toetste terughoudend of verweerder het besluit tot afwijzing redelijk heeft genomen en concludeerde dat verweerder terecht twijfelde aan het terugkeerperspectief van eiser vanwege onvoldoende bewijs van inkomen en sociale binding.
De rechtbank wees de compensatie- en dwangsomvorderingen af en handhaafde het bestreden besluit. Het beroep is daarmee ongegrond verklaard en eiser krijgt geen griffierecht of proceskosten vergoed.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen is niet-ontvankelijk en het beroep tegen de afwijzing van de visumaanvraag wordt ongegrond verklaard.