Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 28 oktober 2024 in de zaak tussen
[eiser], eiser
voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Marokkaanse staatsburger, verzocht op 21 september 2022 om een visum voor kort verblijf om zijn broer te bezoeken. De minister van Asiel en Migratie wees de aanvraag af wegens onvoldoende aantoonbaar doel en twijfel over het vertrek na het verblijf.
Eiser maakte bezwaar, maar leverde geen aanvullende relevante stukken en reageerde niet op verzoeken om nadere informatie. De minister handhaafde het besluit en zag af van het horen van eiser, wat volgens de rechtbank geoorloofd was omdat het bezwaar geen andere uitkomst kon hebben.
De rechtbank oordeelde dat er geen schending van de hoorplicht was en verklaarde het beroep ongegrond. Eiser krijgt geen terugbetaling van griffierecht of proceskosten. De uitspraak is definitief en er is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de visumaanvraag wordt ongegrond verklaard.